Benedictus XVI

Boodschap aan de jongeren van de wereld ter gelegenheid van de 23ste Wereldjongerendag, 2008

‘Gij zult kracht ontvangen van de heilige Geest die over u komt, om mijn getuigen te zijn’ (Hnd 1,8)

Mijn beste jonge vrienden!

1. De 23ste Wereldjongerendag

Ik denk altijd met veel plezier terug aan de verschillende momenten waarop we in Keulen samen waren in augustus 2005. Aan het eind van die onvergetelijke manifestatie van geloof en enthousiasme die in mijn hoofd en hart gegrift blijft, heb ik met jullie afgesproken voor de volgende bijeenkomst die in 2008 in Sydney wordt gehouden. Dat zal de 23ste Wereldjongerendag zijn, met als thema: “

Gij zult kracht ontvangen van de heilige Geest die over u komt, om mijn getuigen te zijn” (Hnd 1,8).

Het onderliggende thema voor de geestelijke voorbereiding op onze bijeenkomst in Sydney is ‘Heilige Geest en missie’. In 2006 hebben we onze aandacht gericht op de heilige Geest als de Geest van Waarheid.

Nu in 2007 zijn we op zoek naar een dieper begrip van de Geest van Liefde. We zullen onze reis voortzetten naar de Wereldjongerendag 2008 door na te denken over de Geest van Kracht en Getuigenis die ons de moed geeft naar het Evangelie te leven en het vrijmoedig te verkondigen. Het is dan ook erg belangrijk dat ieder van jullie – in je leefomgeving en samen met de verantwoordelijken voor je vorming – in staat is na te denken over deze Eerste Beweger van de verlossingsgeschiedenis, namelijk de heilige Geest of de Geest van Jezus.

Op deze manier zul je de volgende verheven doelen kunnen bereiken: herkenning van de ware identiteit van de Geest, voornamelijk door naar Gods Woord te luisteren, geopenbaard in de bijbel; een steeds helderder bewustzijn van zijn blijvende, actieve aanwezigheid in het leven van de Kerk, met name wanneer je herontdekt dat de heilige Geest de ‘ziel’ is, de levensadem van het christelijk leven, via de sacramenten van de christelijke initiatie:

Doopsel, Vormsel en Eucharistie; om daardoor te groeien in het begrijpen van Jezus, dat steeds dieper en vreugdevoller wordt; en tegelijkertijd het Evangelie in de praktijk brengen aan het begin van dit derde millennium. In deze boodschap bied ik jullie graag een kader voor overdenking, dat je in dit voorbereidingsjaar verder kunt verkennen. Daarmee kun je je

mate van je geloof in de heilige Geest toetsen, het opnieuw ontdekken als je het verloren hebt, of versterken als het verzwakt is en het ervaren als broederschap met de Vader en zijn Zoon Jezus Christus, voortkomend uit de onmisbare werking van de heilige Geest. Vergeet nooit dat de Kerk, eigenlijk de mensheid zelf, alle mensen om je heen die je kent en degenen die op je wachten in de toekomst veel van jullie, jongeren, verwachten, omdat je de opperste gave van de Vader in je draagt, de Geest van Jezus.

2. De belofte van de heilige Geest in de bijbel

Aandachtig luisteren naar het Woord van God over het mysterie en de werken van de heilige Geest stelt ons open voor grote en inspirerende inzichten die ik in de volgende punten zal samenvatten.

Kort voor zijn Hemelvaart zei Jezus tegen zijn leerlingen: “Ik zend tot u wat door mijn Vader beloofd is” (Lc 24,49). Dit gebeurde op de dag van Pinksteren toen zij met de Maagd Maria in gebed bijeen waren in de Bovenzaal. De uitstorting van de heilige Geest over de ontluikende Kerk was de vervulling van een belofte die veel eerder door God gedaan was, voorzegd en voorbereid doorheen heel het Oude Testament. In feite, direct vanaf haar beginpagina’s, stelt de bijbel Gods Geest voor als de wind die “zweefde over de wateren” (vgl. Gn 1,2). Zij zegt dat God de mens levens adem in de neus blies (vgl. Gn 2,7), en zo het leven zelf in hem liet stromen. Na de zondeval zijn we meermaals de levenschenkende Geest van God tegengekomen in de geschiedenis van de mensheid. Deze riep profeten naar voren om het uitverkoren volk te manen naar God terug te keren en zijn geboden trouw te onderhouden. In het welbekende visioen van de profeet Ezechiël brengt God met zijn Geest het volk van Israël, voorgesteld door de ‘drie beenderen’, weer tot leven (vgl. 37,1-14). Joël profeteerde een ‘uitstorting van de Geest’ over alle mensen, niemand uitgezonderd. De bijbelse auteur schreef: “Daarna zal het gebeuren: Ik zal mijn Geest uitgieten over alle mensen … Zelfs over de dienaren en dienaressen giet Ik mijn Geest uit in die dagen” (Jl 3,1-2).

In “de volheid van de tijd” (vgl. Gal 4,4) voorzegde de engel van de Heer aan de Maagd van Nazaret dat de heilige Geest, “de kracht van de Allerhoogste”, over haar zou komen en haar zou overschaduwen. Het kind dat geboren zou worden zou heilig zijn en de Zoon van God genoemd worden (vgl. Lc 1,35). In de woorden van de profeet Jesaja zou de Messias degene zijn op wie de Geest van de Heer zou rusten (vgl. 11,1-2; 42,1). Dit is de profetie die Jezus weer aanhaalde bij het begin van zijn publieke optreden in de synagoge van Nazaret.

Tot verbazing van de aanwezigen zei Hij: “De Geest des Heren is over mij gekomen, omdat Hij mij gezalfd heeft. Hij heeft mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken, en aan blinden, dat zij zullen zien; om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer” (Lc 4,18-19; vgl. Js 61,1-2). Toen hij de aanwezigen toesprak, betrok Hij deze profetische woorden op zichzelf met de woorden: “Het schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt, is thans in vervulling gegaan” (Lc 4,21). Opnieuw, voor Zijn dood op het Kruis, zou Hij zijn leerlingen nog herhaaldelijk vertellen over de komst van de heilige Geest, de ‘Raadgever’ met als opdracht van Hem te getuigen en gelovigen bij te staan door hen te onderrichten en naar de volheid van de Waarheid te leiden (vgl. Joh 14,16-17.25-26; 15,26; 16,13).

3. Pinksteren, het uitgangspunt voor de missie van de Kerk

Op de avond van de dag der verrijzenis verscheen Jezus aan zijn leerlingen, “Hij blies over hen en zei: ‘Ontvangt de heilige Geest’” (Joh 20,22). Met nog grotere kracht daalde de heilige Geest neer over de apostelen op de dag van Pinksteren. We lezen in de handelingen van de apostelen: “Plotseling kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak en heel het huis waar zij gezeten waren, was er vol van. Er verscheen hun iets dat op vuur geleek en dat zich, in tongen verdeeld, op ieder van hen neerzette” (2,2-3). De heilige Geest vernieuwde de apostelen van binnenuit, hen vervullend van een kracht die hen de moed zou geven te verkondigen dat “Christus is gestorven en verrezen!” Bevrijd van elke angst begonnen zij openlijk en vrijmoedig te spreken (vgl. Hnd 2,29; 4,13; ,29.31).

Deze angstige vissers waren dappere boodschappers geworden van het Evangelie. Zelfs hun vijanden konden niet begrijpen hoe “ongeletterde en eenvoudige mensen” (vgl. Hnd 4,13) zoveel moed konden tonen en blijmoedig problemen, lijden en vervolging konden doorstaan. Niets kon hen tegenhouden. Wie hen tot zwijgen probeerden te brengen ntwoordden zij: “Het is voor ons onmogelijk niet te spreken over hetgeen wij gezien en gehoord hebben” (Hnd 4,20). Zo werd de Kerk geboren, en vanaf de dag van Pinksteren is zij niet opgehouden met het Goede Nieuws te verspreiden “tot het uiteinde der aarde” (Hnd 1,8).

4. De heilige Geest, ziel van de Kerk en beginsel van gemeenschap

Willen we de opdracht van de Kerk begrijpen, dan moeten we teruggaan naar die Bovenzaal waar de leerlingen bij elkaar bleven (vgl. Lc 24,49), in gebed met Maria, de ‘Moeder’, en in afwachting van de Geest die was beloofd. Dit beeld van de ontluikende Kerk zou een constante inspiratiebron moeten zijn voor elke christelijke gemeenschap. Apostolische en missionaire vruchten hangen niet voornamelijk af van knap opgestelde en ‘efficiënte’ programma’s en pastorale werkwijzen, maar zijn het resultaat van voortdurend gebed van de gemeenschap. 

Bovendien moeten voor effectief missiewerk de gemeenschappen verenigd zijn, dat wil zeggen “één van hart en één van ziel” (vgl. Hnd 4,32). Zij moeten bereid zijn te getuigen van de liefde en blijdschap waarmee de heilige Geest de harten van de gelovigen doordrenkt (vgl. Hnd 2,42). Dienaar van God Johannes Paulus II schreef dat het zelfs nog vóór actie de opdracht van de Kerk is te getuigen en te leven op een manier die uitstraalt naar anderen.

Tertullianus vertelt ons, dat dit is wat er gebeurde in de vroege dagen van het christendom, toen heidenen werden bekeerd bij het zien van de liefde die heerste onder christenen: “Ziet hoe zij elkaar liefhebben”.

Om dit korte onderzoek van Gods Woord in de bijbel af te sluiten, vraag ik jullie te zien hoe de heilige Geest de hoogste gave is van God aan de mens, en daarom de opperste blijk van zijn liefde voor ons. In feite een ‘ja tegen het leven’ dat God wil voor ieder van zijn schepselen. Dit ‘ja tegen het leven’ vindt zijn volheid in Jezus van Nazaret en in zijn overwinning op het kwaad door zijn verlossing. Laten we wat dat betreft ons steeds realiseren, dat het Evangelie van Jezus juist vanwege de Geest niet tot een louter statement of feit kan worden teruggebracht. Immers het is bedoeld “om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden, dat zij zullen zien …”. Met wat voor een vitaliteit was dat te zien op de dag van  Pinksteren, toen het tot genade en opdracht van de Kerk werd voor de wereld, haar primaire missie!

Wij zijn de vruchten van deze missie van de Kerk door de werking van de heilige Geest. Wij dragen het zegel in ons van de liefde van de Vader in Christus, dat de heilige Geest is. Laten we dit nooit vergeten, omdat de Geest van de Heer altijd denkt aan ieder individu, en met name door jullie jongeren de wind en het vuur wil aanwakkeren van een nieuw Pinksteren in de wereld.

5. De heilige Geest als ‘Leraar van het innerlijk leven’

Beste jonge vrienden, de heilige Geest blijft met kracht werken in de Kerk. De vruchten van de Geest zijn overvloedig naar de mate waarin we bereid zijn ons voor deze kracht, die alle dingen nieuw maakt, open te stellen. Daarom is het belangrijk dat ieder van ons de Geest kent, een relatie met Hem aangaat en zich door Hem laat leiden. Alleen rijst op dit punt de natuurlijke vraag: wie is de heilige Geest voor mij? Het is een feit dat Hij voor veel Christenen nog steeds de ‘grote onbekende’ is. Daarom wilde ik dat jullie bij de voorbereiding op de volgende Wereldjongerendag de heilige Geest dieper zouden leren kennen op een persoonlijk niveau. In onze geloofsbelijdenis zeggen wij: “Ik geloof in de heilige Geest, die Heer is en het leven geeft, die voortkomt uit de Vader en de Zoon.”

Ja, de heilige Geest, de Geest van de liefde van de Vader en de Zoon, is de bron van leven die ons heilig maakt, “want Gods liefde is in ons hart uitgestort door de heilige Geest die ons werd geschonken” (Rom 5,5). Toch is het niet genoeg om de Geest te kennen. We moeten Hem verwelkomen als de gids van onze ziel, als de ‘Leraar van het innerlijk leven’ die ons binnenvoert in het geheim van de Drie-eenheid. Alleen Hij kan ons openen voor geloof en het ons elke dag volledig laten beleven. De Geest voert ons verder naar anderen, ontsteekt het vuur van liefde in ons, maakt ons tot missionarissen van Gods liefde.

Ik weet heel goed dat jullie, jonge mensen, in je hart grote waardering en liefde voor Jezus hebben, en Hem graag zouden ontmoeten en met Hem spreken. Inderdaad, bedenk dat het juist de Geest in ons is die onze persoon bevestigt, vormt en grondvest op de Persoon van Jezus zelf, die gekruisigd is en verrezen. Laten we dus vertrouwd worden met de heilige Geest om vertrouwd te worden met Jezus.

6. De sacramenten van het Vormsel en de Eucharistie

Jullie vragen misschien, hoe kunnen wij ons door de heilige Geest laten vernieuwen en groeien in ons geestelijk leven? Het antwoord is dit, jullie kennen het: door de sacramenten, omdat het geloof in ons geboren en versterkt wordt door de sacramenten. Met name die van de christelijke initiatie: Doopsel, Vormsel en Eucharistie, die elkaar aanvullen en onscheidbaar zijn. 

Deze waarheid omtrent de drie sacramenten die ons in het leven als christen binnenleiden is misschien verwaarloosd in het geloofsleven van veel christenen. Zij zien ze als gebeurtenissen die in het verleden plaats vonden zonder echte betekenis voor vandaag, zoals wortels zonder leven gevend voedsel. Het is zo dat veel jonge mensen zich van hun geloofsleven verwijderen nadat ze het Vormsel ontvangen hebben. Er zijn ook veel jongeren die dit sacrament niet eens ontvangen hebben. Toch is het door de sacramenten van het Doopsel, het Vormsel en dan op een voortdurende wijze de Eucharistie, dat de heilige Geest ons maakt tot kinderen van de Vader, broeders en zusters van Jezus, en leden van zijn Kerk, in staat om echt te getuigen van het Evangelie en de blijdschap van het geloof te ervaren.

Daarom nodig ik jullie uit om na te denken over wat ik jullie schrijf. Tegenwoordig is het extra nodig het sacrament van het Vormsel te herontdekken en zijn belangrijke plaats in onze geestelijke groei. Wie het Doopsel en Vormsel hebben ontvangen zouden zich moeten herinneren dat zij ‘tempels van de Geest’ geworden zijn: God leeft in hen. Wees je daar altijd van bewust en probeer de schat in jou vruchten van heiligheid voort te laten brengen. Laat wie gedoopt zijn maar nog niet het Vormsel hebben ontvangen zich daarop voorbereiden, in de wetenschap dat je dan ‘complete’ christenen wordt, omdat het Vormsel de doopgenade vervolmaakt. Het Vormsel geeft ons speciale kracht om van God te getuigen en Hem te eren met heel ons leven (vgl. Rom 12,1). Het maakt ons er diep van binnen van bewust dat we bij de Kerk charisma’s door de Geest gegeven.

Immers “aan ieder van ons wordt de openbaring van de Geest meegedeeld tot welzijn van allen ” (1Kor 12,7). Als de Geest werkt, brengt hij vruchten voor de ziel, namelijk “liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid, ingetogenheid” (Gal 5,22).

Diegenen onder jullie die nog niet het sacrament van het Vormsel hebben ontvangen, nodig ik van harte uit zich daarop voor te bereiden en hulp van een priester te vragen. Het is een speciale gelegenheid van genade die de Heer je biedt, mis die gelegenheid niet! Ik zou graag een enkel woord toevoegen over de Eucharistie. Om te groeien in ons christelijk leven, moeten we gevoed worden door het Lichaam en Bloed van Christus. Eigenlijk zijn we gedoopt en gevormd met een perspectief op de Eucharistie. Als ‘bron en hoogtepunt’ van het kerkelijk leven is de Eucharistie een ‘eeuwigdurend Pinksteren’ omdat we telkens bij elke Mis de heilige Geest ontvangen die ons dieper met Christus verenigt en ons omvormt in Hem.

Mijn beste jonge vrienden, als je vaak een Eucharistieviering bijwoont, iets van je tijd besteedt aan de aanbidding van het Heilig Sacrament, de Bron van liefde die de Eucharistie is, zul je die vreugdevolle vastberadenheid verwerven om je leven te wijden aan de navolging van het Evangelie. Tegelijkertijd zul je ervaren, telkens als we zelf niet sterk genoeg zijn, dat het de heilige Geest is die ons omvormt, ons vervult met zijn kracht en tot getuigen maakt, vol missionair vuur van de verrezen Christus. 

7. De behoefte aan en noodzaak van de missie

Veel jongeren bezien hun leven met angst en stellen vele vragen over hun toekomst. Zij vragen bezorgd: Hoe ons in te passen in een wereld die door zoveel ernstig onrecht en  lijden wordt gekenmerkt? Hoe moeten wij reageren op de zelfzucht en het geweld die soms de overhand lijken te hebben? Hoe kunnen we het leven volledig betekenis geven? Hoe kunnen we ertoe bijdragen, dat genoemde vruchten van de Geest “liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid, ingetogenheid” (nr. 6) deze getekende en breekbare wereld kunnen vervullen, de wereld van jongeren vooral? Op welke voorwaarden kan de leven schenkende Geest van de eerste schepping en in het bijzonder de tweede schepping of verlossing worden tot de nieuwe ziel van de mensheid?

Laten we niet vergeten, hoe groter Gods gave – en de gave van de Geest van Jezus is de allergrootste – des te groter is de behoefte van de wereld daaraan en dus des te groter en dringender is de missie van de Kerk daarvan geloofwaardig te getuigen. Jullie, jonge mensen, tonen op een bepaalde manier door de Wereldjongerendag je verlangen om aan deze missie deel te nemen. Wat dat betreft, beste jonge vrienden, wil ik jullie hier herinneren aan enkele kernwaarheden ter overdenking. Ik zeg het nog maar eens, alleen Christus kan de intiemste verlangens vervullen in het hart van iedere persoon. Alleen Christus kan de mensheid vermenselijken en haar voeren naar haar ‘vergoddelijking’. Door de kracht van zijn Geest doet Hij goddelijke liefde in ons groeien en die stelt ons in staat tot naastenliefde en dienstbaarheid. De heilige Geest verlicht ons, onthult voor ons de gekruisigde en verrezen Christus, en laat ons zien hoe we meer zoals Hij kunnen worden, zodat we “teken en instrument van zijn liefde” kunnen zijn.  

Wie zich door de Geest laat leiden, begrijpt dat het zich ten dienste stellen van het Evangelie geen vrijblijvende optie is, omdat hij zich bewust is van de noodzaak dat dit Goede Nieuws aan anderen wordt doorgegeven. Desondanks moeten we er weer aan herinnerd worden dat we alleen getuigen van Christus kunnen zijn als we ons laten leiden door de heilige Geest, “de eerste beweger van de evangelisatie” en “de eerste beweger van de missie”.

Mijn beste jonge vrienden, zoals mijn eerbiedwaardige voorgangers Paulus VI en Johannes Paulus II bij verschillende gelegenheden gezegd hebben, zijn verkondiging van het Evangelie en getuigenis van het geloof tegenwoordig meer dan ooit nodig.

Er zijn mensen  die het voorhouden van de kostbare geloofsschat aan mensen die er geen deel aan hebben intolerant vinden tegenover hen. Maar dat is niet het geval, omdat Christus voorhouden niet Christus opdringen betekent.

Bovendien, tweeduizend jaar geleden gaven twaalf apostelen hun leven om Christus bekend en bemind te maken. Door de eeuwen heen is sindsdien het Evangelie voortdurend verspreid door mannen en vrouwen die geïnspireerd waren door datzelfde missionaire vuur. Vandaag is er behoefte aan leerlingen van Christus die tijd noch moeite sparen om het Evangelie te dienen. Er is behoefte aan jonge mensen die Gods liefde in zichzelf laten ontvlammen en Zijn dringende roep beantwoorden. Precies zoals vele jonge zaligen en heiligen deden in het verleden en ook minder lang geleden.

In het bijzonder verzeker ik jullie, dat de Geest van Jezus jullie jongeren uitnodigt om dragers van het goede nieuws van Jezus te worden voor je leeftijdgenoten. Het probleem dat volwassenen ongetwijfeld ondervinden om op begrijpelijke en overtuigende wijze de leefwereld van de jeugd te benaderen zou een teken van de Geest kunnen zijn, opdat jullie deze taak zelf gaan opnemen. Jullie kennen de idealen, het taalgebruik, en ook de wonden, de verwachtingen en het verlangen naar goedheid onder je leeftijdgenoten. Dit opent de uitgestrekte wereld van gevoelens, werk, opleiding, verlangens en pijn van jonge mensen … Moge ieder van jullie de moed moeten hebben om de heilige Geest te beloven één jongere tot Jezus Christus te brengen op de manier die je het beste lijkt. Je weet hoe te antwoorden “aan alwie u rekenschap vraagt van de hoop die in u leeft, maar verdedigt u met zachtmoedigheid en gepaste eerbied” (vgl. 1Pe 3,15).

Om dit doel te bereiken, beste vrienden, moet je heilig zijn en missionaris, omdat we nooit heiligheid  van missie kunnen losmaken. Wees niet bang heilige missionarissen te worden. Bijvoorbeeld zoals de heilige Franciscus Xaverius. Hij reisde door het Verre Oosten en verkondigde het Goede Nieuws tot zijn laatste beetje kracht was opgebruikt. Of zoals de heilige Theresia van het Kindje Jezus die missionaris was, zelfs al kwam ze nooit buiten het Karmelklooster. Beiden zijn ‘Patroon van de Missie’. Wees bereid je leven in te zetten om de wereld te verlichten met de waarheid van Christus, om met liefde te antwoorden op haat en minachting voor het leven, om de hoop te verkondigen van de verrezen Christus in alle uithoeken van de wereld.

8. Een ‘nieuw Pinksteren’ op de wereld afsmeken

Beste jonge vrienden, ik hoop velen van jullie in juli 2008 in Sydney te zien. Het zal een door God voorziene gelegenheid zijn om de volheid te ervaren van de kracht van de heilige Geest. Kom in groten getale om een teken van hoop te zijn en dankbare steun te geven aan de kerkgemeenschap in Australië die jullie verwelkoming aan het voorbereiden is. Voor de jeugd van jullie gastland wordt het een uitzonderlijke kans de schoonheid en vreugde van het Evangelie te verkondigen aan een maatschappij die op zoveel manieren geseculariseerd is.

Australië, zoals heel Oceanië, heeft behoefte haar christelijke wortels te herontdekken. In de postsynodale apostolische Exhortatie  Ecclesia in Oceania schreef paus Johannes Paulus II:

“Uit kracht van de heilige Geest maakt de Kerk in Oceanië zich op voor een nieuwe evangelisatie van de volkeren, die in deze tijd dorsten naar Christus … Het eerste wat de Kerk in Oceanië te doen staat is te beginnen aan een nieuwe evangelisatie”.

Ik nodig jullie uit tijd te nemen voor gebed en voor geestelijke vorming tijdens deze laatste etappe van de reis die voert naar de 23ste Wereldjongerendag. Dan kun je in Sydney je beloften vernieuwen van het Doopsel en Vormsel. Samen zullen we de heilige Geest aanroepen en vol vertrouwen God vragen om de gave van een nieuw Pinksteren voor de Kerk en voor de mensheid in het derde millennium.

Moge Maria, verenigd in gebed met de apostelen in de Bovenzaal, jullie door deze maanden heen begeleiden. Moge zij voor alle jonge christenen een nieuwe uitstorting van de heilige Geest verkrijgen, om hun hart in vlam te zetten. Denk eraan, de Kerk heeft vertrouwen in jullie! Met name wij pastores bidden dat jullie elkaar liefhebben en anderen steeds meer tot liefde voor Jezus brengen, en dat jullie Hem trouw mogen navolgen. Met dit gevoel zegen ik jullie allen in diepe genegenheid.

Vanuit Lorenzago, 20 juli 2007

Benedictus XVI

© Copyright 2007 – Libreria Editrice Vaticana / R.-K. Kerkgenootschap in Nederland

Vertaling: H. Lohman M.A.

 


0 Reacties tot “Pauselijke brief”



  1. Momenteel geen reacties

Reageer